Symposium- Juridisch gezond
Gezond samenwerken tussen huisartsen, justitie en politie 

De Vesaliuskoepel vzw, koepel van Vlaams Brabantse en Brusselse Huisartsenkringen, en MCH organiseren een symposium over de realiteit en perceptie in de samenwerking tussen huisartsen, juristen en politiediensten. Hoe en waar optimaal samenwerken? Elke spreker geeft toelichting vanuit haar/zijn vakgebied over dit thema. 

Evaluatieformulier symposium

Was je aanwezig op ons symposium? Dan zijn we benieuwd naar hoe je het ervaren hebt. Je mag het evaluatieformulier invullen door te klikken op deze link. 

De Presentaties van de sprekers kan u hieronder downloaden

Samenwerking tussen huisartsen en politie: een praktische benadering

De procedure van de gedwongen opname en de rol hierbij van politie, artsen en parket, onder meer met betrekking tot de veiligheid

De medische deontologie van de huisarts in zijn samenwerking met justitie 

Justitie in de wachtzaal: beschouwingen rond de samenwerking tussen de gerechtelijke en medische wereld 

De Provinciale Geneeskundige Commissie: is er leven na de dood?


Sprekers

De 37-jarige Liesbeth Devreker studeerde communicatiewetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel aangevuld met een jaar Management Assistent. Vrijwel meteen na haar studies begon zij als kringcoördinator bij Artsenkring Zennevallei (toen nog Artsenkring Halle en Omgeving) en werkt daar momenteel ongeveer 14 jaar. Met de komst van de Wachtpost in 2012 werd zij ook wachtpostcoördinator en combineert sindsdien beide jobs. 

Mark Crispel heeft met onderscheiding zijn licentie in de criminologische wetenschappen aan de Vrije Universiteit Brussel behaald. Verder heeft hij ook zijn brevet van agent en van officier van gemeentepolitie aan de Gewestelijke Intercommunale Politieschool te Brussel behaald. 

"Samenwerking tussen huisartsen en politie: een praktische benadering".
Dit samenwerkingsprotocol is tot stand gekomen na regelmatig en constructief overleg tussen enerzijds de lokale huisartsenkring – Artsenkring Zennevallei (verantwoordelijk voor Wachtpost Zennevallei) en anderzijds de lokale politiezones Zennevallei en Rode/Linkebeek/Drogenbos.

Dit protocol bundelt onze afspraken die wij tot op heden gemaakt hebben om de samenwerking tussen beide partijen te bevorderen. Het gaat hier dan om afspraken omtrent bloedafnames, goedkeuring opsluiting in de cel en de uitbetaling er van aan de huisartsen. De afspraken worden ook jaarlijks geëvalueerd. 

Anderzijds bestaat het doel van dit protocol in de veiligheid van medewerkers en huisartsen te verhogen en de kans op agressie te verlagen. Door middel van het aanbieden van informatie, procedures, preventieve maatregelen en registratie wordt dit doel bereikt.

Isabelle Verbeeren volgde de opleiding rechtsgeleerdheid aan de Universiteit Gent. Ze combineerde haar stage als advocaat in het kantoor Loeff-Claeys-Verbeke aan de balie te Brussel met assistentschappen aan de Universiteit Gent en de Vrije Universiteit Brussel. Na het vergelijkend toelatingsexamen voor de magistratuur doorliep ze gedurende vier jaar de gerechtelijke stage. In 2006 is Isabelle Verbeeren benoemd tot substituut-procureur des Konings, eerst in Kortrijk en sinds 2012 bij het parket Brussel. Vanaf de splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde is zij binnen het nieuwe parket Halle-Vilvoorde de referentiemagistraat voor gedwongen opnames. Isabelle is afgestudeerd aan de Hogere Studie Veiligheid en Defensie en aan de Hoge Studies Politie, Justitie en Bedrijfsbeveiliging.  

"De procedure van de gedwongen opname en de rol hierbij van politie,artsen en parket, onder meer met betrekking tot de veiligheid".
De wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke regelt de procedure waarbij een rechter kan beslissen tot een “opneming ter observatie” (letterlijke vertaling van “mise en observation”)  van een geesteszieke persoon in een psychiatrische dienst. Die wet maakte aldus komaf met de vroegere praktijk van de  zogenaamde “collocaties”. Vandaag spreken we van “gedwongen opname”.  De wet van 1990 spreekt zowel van de rechter, het verzoekschrift, de zitting als van de zieke, het omstandig geneeskundig verslag, de arts, de psychiatrische dienst enz. Het mag duidelijk zijn dat het hier gaat om een bij uitstek multidisciplinaire wet. Gelet op enerzijds het gedwongen karakter van de opname en anderzijds de inherente veiligheidskwestie – het gaat immers om gevaarlijke geesteszieken –  spelen onvermijdelijk  de procureur des Konings en de politie een niet onbelangrijke rol in de toepassing van deze procedure. Alle betrokkenen, en niet te vergeten de geesteszieke zelf,  zien dit soms risicovol proces vanuit hun respectieve maatschappelijke positie en verantwoordelijkheid. In mijn voordracht doorloop ik vanuit de praktijk de fases van de procedure van de gedwongen opname. Ik schenk daarbij aandacht aan enkele concrete vraagstukken en verbeterpunten, met als doel een aanzet te geven voor gedachtewisseling.

Dokter Piet Van Mulders studeerde geneeskunde aan de KU Leuven waar hij tevens een opleiding volgde in de radiologie. In 1981 nam zijn professionele carrière een start in het O.L.V. van Troostziekenhuis te Dendermonde (het huidige AZ Sint-Blasius).
Hij werd er diensthoofd, stagemeester, lid en voorzitter van de Medische Raad. In 1994 nam zijn inzet voor het artsenkorps een belangrijke wending: hij stelde zich kandidaat voor de Provinciale Raad Oost-Vlaanderen van de Orde der Artsen, waar hij momenteel nog steeds actief is als voorzitter.

Mevrouw Liesbeth Legiest in 2017 behaalde ze met onderscheiding het diploma "Master in de rechten" aan de Universiteit Gent. Al snel geboeid door het gezondheidsrecht, schreef ze haar masterproef over het begrip abnormale schade in de Wet Medische Ongevallen, onder begeleiding van Prof. Marc Kruithof.
Sinds 2018 werkt ze als jurist voor de nationale raad van de Orde der artsen en is ze tevens plaatsvervangend griffier.

"De medische deontologie van de huisarts in zijn/haar samenwerking met justitie."
De nationale raad van de Orde der artsen is bevoegd voor het vaststellen van de algemene beginselen en de regels van medische deontologie. In zijn hoedanigheid van adviesorgaan, wordt de raad geregeld ondervraagd door artsen over hoe ze moeten handelen wanneer ze, in de uitoefening van hun beroep, in aanraking komen met de politie.

Voor de Orde staan het recht op privacy, het beroepsgeheim, de toegang tot de zorg, de veiligheid van de patiënt en de menselijke waardigheid hoog in het vaandel. Anderzijds is de raad van mening dat een al te gesloten houding van de arts ten aanzien van de politie de efficiëntie en de effectiviteit van de politionele diensten niet ten goede komt. De raad tracht een evenwicht te zoeken en te streven naar een praktische oplossing, met respect voor de deontologie van beide beroepsgroepen.

De laatste jaren hebben ziekenhuizen, huisartsenkringen, parketten en politiediensten de handen in elkaar geslagen en in verschillende Vlaamse regio's kwam een samenwerkings-
protocol tot stand. Het risico bestaat er evenwel in dat iedere regio andere afspraken maakt of dat afspraken worden gemaakt die tegenstrijdig zijn met de bestaande wetgeving of de medische deontologie.

De voordracht zal handelen over de beginselen die de Orde bijzonder belangrijk vindt en werpt tevens een kritische noot op de bestaande protocollen.

Patrick Vits is sinds 2012 procureur des Konings bij parket Leuven. Hij is lid van het Bureau van de Raad van  procureurs des Konings en effectief lid van het Evaluatiecollege van de korpschefs van het Openbaar Ministerie. Hij is gastdocent aan de KU Leuven i.s.m. Prof. Stefaan Voet voor het vak 'Recht voor deskundigen' in de richting Forensische Biomedische Wetenschappen. Dhr. Patrick Vits is ook vast docent (Instituut voor de Gerechtelijke Opleiding) in de basisopleiding voor de gerechtelijke stagiairs en tevens coach van de eerstejaars stagiairs.

"Justitie in de wachtzaal: beschouwingen rond de samenwerking tussen de gerechtelijke en medische wereld". 
De paden van justitie en de medische wereld kruisen elkaar geregeld. De contacten tussen beiden maken het voorwerp uit van procedures en protocollen die de rechten en optimale zorg van de patiënt/rechtzoekende moeten waarborgen. Beide beroepsgroepen zijn in dat licht ook gebonden door een eigen beroepsgeheim. Het is een algemene vaststelling dat de kennis van elkaars bevoegdheid en verantwoordelijkheden op het terrein niet altijd aanwezig is. Dat kan soms aanleiding geven tot overbodige, steriele discussies die niet zelden gevoerd worden naar aanleiding van een concrete, hoogdringende situatie. 

Veel zou kunnen voorkomen worden door daadwerkelijk met elkaar in overleg te treden, met respect voor eenieders rol en functie, en bepaalde spelregels van meet af aan vast te leggen of te verfijnen. Het bereiken van werkbare afspraken is daarbij één zaak; daarnaast dient er ook blijvend geïnvesteerd te worden in een goede werkverhouding en opvolging daarvan. De uiteenzetting wil aan de hand van de dagelijkse praktijk (vaststelling van overlijdens, gedwongen opnames e.a.) aangeven waar het beter zou kunnen en welke oplossingen mogelijk zijn.

Em.prof.dr. Bernard Spitz: was tot 2018 voltijds werkzaam aan
de Katholieke Universiteit en haar universitaire klinieken in Leuven. Hij doceerde de verloskunde en de medische plichtenleer. Voor het ethisch-juridisch luik was hij lid van de Provinciale (2006-2012) en Nationale Raad (2001-2014) van de Orde van Artsen en van het Raadgevend Comité voor bio-
ethiek (2009-2018). Sinds 2000 is hij lid van het ethisch comité van VVI, Zorgnet Vlaanderen, ICURO en vanaf 2017 voorzitter van de Provinciale Geneeskundige Commissie van Brabant met Nederlands als voertaal.

"De Provinciale Geneeskundige Commissie: is er leven na de dood"?
De provinciaal geneeskundige commissies zijn het controleorgaan van de gezondheids-
beroepen (artsen, tandartsen, dierenartsen, kinesitherapeuten, verpleegkundigen, vroedkundigen, andere?). Algemeen stellen ze aan de overheid mogelijke maatregelen voor om de volksgezondheid te bevorderen en vergewissen ze zich ervan dat maatregelen die uitgevaardigd worden om overdraagbare ziekten te voorkomen en te bestrijden, uitgevoerd worden. Specifiek zien ze toe op de fysieke en psychische geschiktheid van gezondheidszorgbeoefenaars en op de uitoefening van hun beroep conform de vigerende wetgeving. Ze sporen de onwettige beroepsuitoefening op en zien toe op de organisatie van de wachtdiensten.
De kwaliteitswet (22-4-2019) betekent dat na 2 eeuwen bestaan de Provinciale Geneeskundige Commissies vanaf 1 juli 2021 worden opgeheven en momenteel in een overgangsfase leven. Hun taak zal worden overgenomen door de Federale Toezichts-
commissie.
Onze opdracht bestaat erin gezamenlijk te ijveren dat de toekomst beter wordt dan het verleden.


Share